en nl search

Piet Gerards: duizendpoot

Toespraak
door Ben van Melick
(bij het verschijnen van Roots 70, op 12 december 2025, Huis van het Boek, Den Haag)
lijn

Dames en heren,
Deze nieuwe Roots geeft een gedetailleerd overzicht van het werk en de activiteiten van Piet Gerards, schetst een ontwikkeling en toont zijn kwaliteiten als grafisch vormgever. Feitelijk. Gortdroog.
In 2003 verscheen bij Uitgeverij 010 het controversiële Werktitel: Piet Gerards, grafisch ontwerper * dat een poging is persoon en werk, zijn ideeën over kunst, vormgeving en wereld in de context van maatschappelijke ontwikkelingen te beschrijven als verslag van een werkproces. Eigenzinnige aanpak.
Feitelijk zeker, maar met verbeeldingskracht.
Het beeld dat uit deze publicaties oprijst is dat van veel, druk, verscheidenheid en eenheid, kwaliteit, het beeld van een duizendpoot: grafisch vormgever en tentoonstellingsmaker, organisator van kunstmanifestaties, boeken- en tijdschriftenbedenker en -maker, en uitgever.
Een fenomeen, zoals Roots het zegt, bij wie denken en doen één zijn, waardoor hij snel en effectief werkt. Het beeld van een gedrevene met de gave van de bewondering die hem ertoe brengt het werk van de ‚meesters' die hij hoogacht, steeds opnieuw te bekijken, te lezen en te beluisteren, en zich te laten inspireren. Dit meten met de ultieme maat veronderstelt groot vertrouwen in eigen kunnen. Dat dit ook betekent dat hij de hoogste eisen aan zijn medewerkers en andere participanten stelt, verklaart zijn imago van ‚kritisch', ‚moeilijk', ‚veeleisend'.

Piet Gerards is inderdaad de selfmade man die zich ontwikkelde op basis van boeken en tijdschriften, vanuit de literatuur over het vak: zich ontwikkelde zonder leermeester, zonder medestudenten, zonder stages die kunnen inspireren en vormen. Dus ook zonder enige ondernemersscholing. Wat dit betreft is hij een witte raaf in de Roots-serie. Een typische autodidact die op den duur heilig gelooft in zelf gevonden standpunten, eigenzinnig en vasthoudend, maar in dit geval ook kritisch, vooral op zichzelf. Meedogenloos kritisch soms.

Ooit formuleerde hij voor de alumni van de Stadsacademie in Maastricht de kern van zijn arbeidsethos met de woorden: AAP NIET NA, AAP ZELF.
De volledige boodschap luidde:
Breek je studie af. Steek de brand in je Neville Brody en David Carson-boeken. Verdiep je in de bladspiegel van Nader tot U van Gerard Reve, De Kapellekensbaan van Louis-Paul Boon, Een portret van de kunstenaar als jongeman van James Joyce, Onder de vulkaan van Malcolm Lowry, Nieuwe gedichten van Martinus Nijhoff en Reis naar het einde van de nacht van Louis-Ferdinand Céline. Bestudeer de ondertiteling van Andrej Roebljov en Stalker van Andrei Tarkovsky, Belle de Jour van Luis Bunuel, Wilde aardbeien van Ingmar Bergman, L'argent van Robert Bresson, A bout de soufle van Jean-Luc Godard. Beluister de grafische schoonheid van de partituur van Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, Cosi fan Tutte van Wolfgang Amadeus Mozart, Three Places in New England van Charles Ives en Sinfonia van Luciano Berio.
Laat daarna je inspiratie los op n'importe welke opdracht en sta versteld van jezelf.
Ondertekend met Piet Gerards, grafisch vormgever.
De mind set van de grafische kunstenaar Gerards in een notendop: meet je aan de allergrootsten, ben daar niet bang voor, span je in… en vooral geloof in jezelf, in wat je maakt. Dat sta versteld van jezelf is wezenlijk.
U begrijpt aan Piet Gerards is een leraar verloren gegaan die mensen kan enthousiasmeren.

Iets van dat leraarschap komt tot uiting in zijn neus voor het kiezen van de juiste medewerkers, stagiaires en vrijwilligers. In tegenstelling tot wat velen veronderstellen is de dagdagelijkse praktijk: teamwork, en dat op het scherp van de snede. Behalve mee-denkers en tegenspraak zoekt Piet ook sparringpartners en mensen die kunnen wat hij, ook op technisch gebied, niet kan. Ik denk aan Ralf de Jong, Marc Vleugels, Ton van de Ven – zijn trouwe kompaan in Heerlen – en Maud van Rossum die mee verhuisde naar Amsterdam en de zaak later overnam.
Ton van de Ven (medewerker van 1993 tot 2005) zegt het zo: ‚De jaren bij Piet waren een eyeopener. Werken bij zijn bureau betekende niet alleen grafisch werk, het was een wereld. Beeldende kunst, architectuur, literatuur, muziek, maar ook zijn betrokkenheid bij de maatschappij. Hij stond voor wat hij dacht en wilde dat ook delen met anderen. Aan acquisitie werd niet veel gedaan. Het werk, veelal boeken voor interessante projecten, kwam vanzelf aanwaaien door de goede naam en zijn grote betrokkenheid. Dat was een luxepositie, maar ook het gevolg van Piets houding. Als werk hem niet aanstond dan deed hij het niet. […] Omdat ons werk in die tijd voornamelijk typografisch van aard was en wij goed met omvangrijke teksten uit de voeten konden, bestonden veel opdrachten uit tekstboeken. Een mooi voorbeeld daarvan is Dat is architectuur (2001) ** voor Uitgeverij 010. Achthonderdvierennegentig pagina's zonder één enkele afbeelding en met een typografische cover. Nog steeds een ijzersterk ontwerp.
De lat lag altijd hoog. Er werden nooit concessies gedaan aan de kwaliteit. Dat gold zeker ook voor de typografie. Er waren in die tijd veel minder digitale fonts voorhanden dan tegenwoordig en vaak waren de letters onderling ook niet goed gespatiëerd. Wij pasten in Quark Xpress en Fontographer de kerning aan, net zo lang tot we tevreden waren over het eindresultaat. Dat was vele uren werk, maar het prachtige zetwerk gaf een enorme voldoening. De ontwerpen van Piet zijn altijd heel herkenbaar, omdat hij trouw is gebleven aan zichzelf en aan zijn eigen smaak en stijl. Wars van stromingen en modegrillen ogen zijn boeken nu nog steeds fris en modern, ook al zijn sommige al 35 jaar oud.'

Ton van de Ven werkte bij Piet in Heerlen, verleidelijk om nu een zijweg richting Heerlen te nemen, perifeer in Nederland, maar op een steenworp van Aken, Luik en Keulen. Heerlen, het voormalige hart van de Oude Mijnstreek, melting pot van nationaliteiten, in volle bloei in de tijd dat Piet opgroeide en in desolate neergang in de tijd dat hij zich als kritisch mens en uitgebalanceerd vakman ontwikkelde.
In grens- en overgangssituaties is altijd reuring, gedijen talenten, daar is niets wat het lijkt, daar moet je je bevrijden uit zwartgallige scenario's en valse toekomstverwachtingen. Voor kritische geesten geldt: aanpakken, verbeelden of wegwezen.
Harde werkers met grote verbeeldingskracht groeiden er op, en vertrokken, sommigen om weer terug te keren. Verhalenvertellers, dichters, bouwers, verbeelders. Denk aan Frans Erens en Frits Peutz, aan schrijvers als Marko Fondse, Oskar Timmers, Leo Herberghs, Pé Hawinkels, Manuel Kneepkens, Harry Geelen, Wiel Kusters, Ger Thijs, Leon Gommers, Jo Willems en – memorabele reeks!, – Cor Rosbeek, Geert Setola, Nic Tummers, Hubert-Jan Henquet, Laurens Bisscheroux, Jo Coenen, Francine Houben, Wiel Arets, Wim van den Berg, en Piet Gerards dus!
Mijnstreekvolk. Kleurrijk gezelschap. Moeilijk te plaatsen.
Neem Piet Gerards, zoals de streek waar hij vandaan komt een vat vol tegenstellingen. Ongenaakbaar en sympathiek, flegmatiek en energiek, individualist met groot gemeenschapsgevoel. Atheïst, libertair anarchist en gedesillusioneerd pragmatisch idealist tegelijk. Modernist maar hij celebreert schoonheid, in de klassieke zin van het woord: juiste verhoudingen die het schone en goede in zich bergen, helderheid en maat. Grote ernst, maar ook spel en ironie, dwarse recalcitrantie en wrevel maar ook dienstbaarheid en trouw. Radicaal engagement en gemeenschapszin.

En nu ik, via die zijweg, toch ongegeneerd persoonlijk ben: de hier geschetste ambivalentie komt treffend tot uitdrukking in vier versregels van Vladislav Chodasevitsj, een van de eerste dichters die Piet zelf uitgaf in zijn uitgeverij Huis Clos. Ze luiden:
Ik geloof niet in de aardse schoonheid
En de waarheid van hier wil ik niet
En haar die ik kus
Leer ik het eenvoudige geluk niet

Ach, dat laatste valt wel mee. En er is troost. Piet zelf vond die samengebald in twee zinnen uit de wereldliteratuur die je als mantra's zou kunnen lezen:
‚De hopeloosheid maakt alles draaglijk.' (Thomas Bernhard, in Heerlen geboren overigens) en ‚Alleen het nutteloze is onontbeerlijk.' (Eugène Ionesco)
Gerards zette ooit deze aforismen dominant op een affiche, niet als de getuigenis van een zwartdenker voor wie het leven ondraaglijk is, maar als provocatieve troost of hoop, misschien ijdele hoop – die ook doet leven!
Kompaan van het eerste uur schrijver/cultureel activist Jo Willems in een mooi In Memoriam voor hun beider vriend Joep Schreurs, zegt het zo:
‚Het enige wat een mens rest, is om als Nietzsche de Kunst met de grote K te omarmen. Kunst is het masker dat het aanzien van het leven draaglijk maakt. Het leven zelf is te absurd voor woorden.'
Waarmee ze weer even verenigd zijn de vrienden van het eerste uur, de vrienden met wie alles begon: Piet, Joep en Jo – maar zonder Gustaaf.
Dit is wat ik kwijt wilde! Dank voor uw aandacht.

lijn